Het idee alleen … is dat al niet genoeg?
ting
Vorm laat zich gretig vullen met referenties van het gekende.
Als voorwerp vullen zij zich met functies.
Als sculptuur met het gewicht van de beeldhouwkunst.
Twijfel is de ruimte rondom, waarin betekenisstromen bewegen en interfereren.
op naar het licht

Op naar het licht – Installatie in Elba, Nijmegen – 1992
Inleiding
Het werk van beeldend kunstenaar Hans Vos bestaat uit sculpturen in de publieke ruimte, installaties en objecten, woorden en geluiden, mechanische modellen en alchemistische opstellingen en attributen.
De verbindende factor in zijn werk is zijn fascinatie voor constructie. Deze beperkt zich niet alleen tot de praktische aspecten. Het is een onderzoek naar hoe verbindingen bepalend zijn voor wat iets betekent.
Woorden en klanken betrekt hij daar ook bij. Tekst en muziek worden net als ruimtelijke objecten door constructies gedragen. Je kunt er mee bouwen en verbeelden volgens een overeenkomstig proces.
Het heeft een grote verscheidenheid aan beelden opgeleverd.
Voorwerpen gemaakt van fabriekshout en plaatmateriaal waarin het organische terug lijkt gekeerd.
Platte in katoen gestikte voorstellingen die door oppompen naar een volgende dimensie worden gedwongen.
Rechte dingen krom maken en vlakke dingen opblazen luidt plat gezegd zijn devies. Dat moet op een mooie manier want de schoonheid mag in zijn kunst niet ontbreken.
Hans Vos (1957) groeide op in Laren N.H. In 1982 studeerde hij af aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch. Hij woont in Nijmegen.
www.welwaar.nl is een virtuele ruimte waarin hij zijn werk laat verschijnen en verdwijnen.
Exposities
Een selectie uit de afgelopen jaren.
2019 – Museum van alle Tijden, Beugen
Sprakeloos
De woorden voor iets.
De werkelijkheid daarmee.
Sprakeloos zijn de dingen.
Soms hoor je ze zingen.

Installatie in het museum

Het Museum van Alle Tijden
2018 – Valkhof Museum, Nijmegen
99+1
Wat zit er in de kastjes?

Wat zit er in de kastjes? – hout en katoen – 174x75x45 cm – 2011
2018 – Museumpark Orientalis, Nijmegen
Kunst van Samenleven
In een nagebouwd Romeins stadje stond dit werk opgesteld in een van de kamers van een Romeinse woonhuis, als onderdeel van een kunstroute door het park.
Menselijke figuren, in dramatische poses, getroffen door staande schemerlampen.
De installatie met licht en poppen sloot op een verrassende manier aan bij de grootste kerststal ter wereld, die op dat moment in het museum was te zien.

Het vlot van de Medusa kwam in 1997 tot stand door deelname aan “Kunst in de etalage”, een wandelroute in de binnenstad van Nijmegen. De presentatie vond plaats in de etalage van een design woon- en lampenwinkel.
De titel verwijst naar het imposant schilderij van 5 bij 7 meter van de Franse romantische schilder Théodore Géricault (1791-1824) dat te zien is in het Louvre. Hierop wordt het drama belicht dat zich afspeelde op een vlot met drenkelingen na dagenlang ronddobberen op de oceaan.
In de lampenwinkel werden schemerlampen gebruikt om een overeenkomstig drama uit te beelden en te belichten.
2015 – Notre Dame des Arts, Ubbergen
prrrrrt t waprrrt – sculpture show
Poëtische constructies en verbeeldings-apparaten door Merel Holleboom en Hans Vos



2011 – De Nieuwe Gang, Beuningen
30 jaar
Wat er in de kastjes zit.

Wat zit er in de kastjes? – hout en katoen – 174x75x45 cm – 2011
Uit de jubileum catalogus:
Hans Vos markeert zijn werkelijkheid met beelden, woorden, klanken.
Als spelstukken schuift hij ze de wereld in.
De periode waarin hij alles op wieltjes liet rollen heeft hij al lang achter zich gelaten.
Om rugpijn te voorkomen ontwikkelde hij een voorkeur voor lichte materialen.
Stof en schuim en trillende lucht.
Ditmaal werkte hij met een nieuw materiaal. Buig-spaanplaat. Het lijkt op Brabants roggebrood.
Hij bouwde er een dansende kast mee van design allure.
Bedoelde het als een korte eenakter.
Een dramatische scène tussen kijker en kast.
De kast als een gematerialiseerd gedicht. Dus niet iets om in op te bergen.
2011 – Telpost, Millingen
Telpost Vogelplaatjes
Met Anja Middelkoop

Ter plaatse gemaakte en tentoongestelde vogels met langs de Waal gevonden snavels.
Voor de verzamelaar vastgelegd op 30 vogelplaatjes (10,5x8cm) in een gelimiteerde editie.
2008/09/10 – Stichting Poëtisch, Nijmegen
Poëzievoordracht
Verschillende locaties: o.a. Vlaams Cultureel Centrum, De Lindenberg, Villanova Ateliers, Poëziewinkel.

2007 – Centrum Beeldende Kunst Nijmegen & Electron, Breda
Metamorphische resonanties – twee ruimtelijke beeldverhalen
“Domme Hans in een plant veranderd”
“The great escape”
De kunstenaar is veranderd in een sprekende plant en vertelt hoe dit kon gebeuren aan de hand van een reeks scènes samengesteld uit zijn werk.


ik heb mijzelf veranderd
ooit was ik een schaapje
ik volgde en draaide rond
ik scheidde het verschijnsel van de woorden
ik riep verschijningen op
ik experimenteerde met verlichting
ik verspreidde mij door de ruimte
ergens in de ruimte
aan boord van een zaadje
tr li loe tri li loe


ergens in de ruimte aan boord van een zaadje

2003 – Lux, Nijmegen
Kunst aan tafel – Dingetjes
“In het LUX Cafe vormen de tafels de openbare ruimte waar de kunst zich af mag spelen. Welke mogelijkheden biedt dit landschap van menukaarten, bierviltjes, kaarsen in potjes, kopjes, schoteltjes, glazen, luciferdoosjes, suikerzakjes en koffiemelk-cupjes? Hans Vos wil met zijn bijdrage in de vorm van “dingetjes” deelnemen aan dit voorwerpelijke verkeer.”

Kleine glanzende gekleurde vormen gemaakt uit PET-plastic lagen hier en daar op de tafels en werden regelmatig aangevuld.
1994 – De Verzegelde Tijd, Beuningen
Conserven
Opstelling van drie beelden waarbij is onderzocht in hoeverre zij verdwijnen door het aanbrengen van zwarte lak.

Drie verduisterde beelden
1992 – Rijksmuseum Twenthe, Enschede – Gemeentemuseum Roermond
De mensen en de dingen, hedendaagse stillevens.

Scheppen in een ketel – hout, tuinslang – 100x75x90 cm – 1989.
“De objecten van Hans Vos vertonen in meer of mindere mate verwantschap met objecten uit het dagelijks leven. Scheppen in een ketel doet denken aan ouderwetse ketels boven een haardvuur of op een kachel. Maar zijn objecten hebben geen gebruikswaarde. De ketel is maar half en hij is een meter hoog, dus voor geen mens te tillen. Ook het materiaal – hout en tuinslang- is in tegenspraak met de werkelijkheid. Drie taps toelopende, geometrische objecten, gebaseerd op de cirkel, de driehoek en het vierkant, liggen op de grond. De titel van het werk suggereert dat dit de ‘scheppen’ zijn. Maar wat doen ze daar? Ook zij hebben geen functie, er valt immers niet te scheppen. Ondersteund door de titel versterken ze echter de dubbelzinnigheid van het werk.”
1991 – De Keukenhof, Lisse
Dahlia
Een dahlia bloeit in het najaar en is geen bolgewas. Met deze verdwaalde dahlia wordt een sterk contrast aangebracht. De voorjaarsbloemen in hun strak gevulde perken kunnen zich er fraai van onderscheiden.

Dahlia – Bijdrage aan “Beelden in de Keukenhof” – hout – 165x110x110 cm – 1991
1982/1985 – Performances – verschillende locaties
Met Anya Koek
Anstrengungen – Galerie Schmitz & Becker, Duisburg – 1983

Recentie van Klaus Kirchberg in de Westdeutsche Algemeine Zeitung van 17-5-1983:
Dansen met objecten.
Dat pas sinds de opkomst van multimediakunst de grenzen tussen de verschillende disciplines vervaagden is niet juist. Zelfs barokke heiligenbeelden namen theatrale, zelfs dansachtige poses aan; architectonische ontwerpen leken terug te keren in de grondplannen van muziekstukken; musici volgden de wetten van de retoriek… De lijst is eindeloos. Wat deze praktijken onderscheidt van de huidige is waarschijnlijk vooral het speelse plezier in het overschrijden van grenzen.
In hun programma „Anstrengungen” presenteerden de twee jonge Nederlandse kunstenaars Anja Koek en Hans Vos voorbeelden van dit soort grensoverschrijding Ze ontwierpen beweegbare objecten en onderzochten in hoeverre deze creaties op hun beurt een “vormend” effect op bewegingen konden hebben.
De “Stamper” was een ronde dubbele schijf waar tien beweegbare houten staven met pluggen aan de uiteinden doorheen waren geregen. Er was een scharnierend “gewricht'” waarin dunne, buigzame houten panelen waren bevestigd. Gestileerde houten schoenen waren met elkaar verbonden door een krukas, en halve bollen en achthoekige houten frames met doek vormden “kostuums”.
De twee jonge kunstenaars uit Nederland gingen met deze objecten aan de slag en bedachten bewegingssequenties die, ondanks het ontbreken van een professionele choreografie, herinneringen opriepen aan Oskar Schlemmers pogingen om een strikt dansritueel tegelijkertijd te definiëren én te beperken door middel van geometrische kostuums.
Het programma van ongeveer een uur werd met grote belangstelling en een hartelijk applaus ontvangen door de vele bezoekers.

Het rad – Kunstacademie Den Bosch – 1984

