het raadsel van de krul

Je hebt woorden die je opschrijft.
Maar welke niet?
Hoe kom je daar achter?

Schrijf nou maar.
Laat eens zien.
Deze ken ik niet.

Voorzichtig als je ze uitspreekt.

Als je iets gaat maken is het er al.
Het hangt in de lucht.
Door het te vertalen haal je het naar hier.

Als iets gemaakt is zet je het er tussen.
Dan hoort het er bij.

Niet weten wat.
Dat regisseren.
Daar komt het op neer.

Zo’n schone vloer.
Daar zie je alles op.
Alles is op.
Ik heb nog wat!
Wat is het? Laat zien!
Ik vond het.
Het viel op door de kleur.
Alsof het licht geeft.
Het wordt donker.
Elk uur wordt het later.
Ik ben er nog. Nog net.
Tjonge jonge wat een stof.
Wat is hier gebeurt?
Het maakte geluid.
Oh was ik maar heel.
Het wil met rust gelaten worden.
Zoiets hoort geen geluid te maken.
Je hoorde de weerstand.
Ik zal het gordijn open schuiven.
Dan zie je de stad.

Stap stap.
Wonderlijk dat het hier nog door loopt.
Stap stap.
Ik dacht dat het hier op zou houden.
Dat we terug zouden moeten.
Dat kunnen we evengoed nog doen.
Stap.
Stap.
Waaah.
Pestkop!
Pats.
Je sloeg me!
Achter het gordijn lag een mondharmonica.
Door deze te vinden verdienden we fiks punten.